Mythes over zonnebrand

De schappen staan vol met 100 verschillende soorten zonnebrand. Het is begrijpelijk dat veel mensen door de bomen het bos niet meer zien. Daarnaast zijn er ook heel veel misvattingen over zonnebrand en misleidende commerciële slogans.

Het doel van deze blog is deze misleidende slogans en misvattingen over zonnebrand te bespreken en te verhelpen. Zodat iedereen de juiste keuze in zonnebrand kan maken.

Mythe 1.

Alle zonnefilters bieden voldoende bescherming.

– Feit.

Zonnefilters maken onderscheid tussen UVA en UVB. SPF kent iedereen en staat op alle zonnebrand beschreven. SPF geeft echter alleen aan dat het UVB straling tegenhoud. Niet alleen UVB is schadelijk voor de huid maar UVA ook. UVA dringt zelfs dieper door in de huid en speelt een grote rol bij huidveroudering. Het is daarom uiterst belangrijk dat zonnebrandcrèmes bescherming beide tegen beide straling.

Mythe 2.

Hoe hoger de SPF hoe beter.

– Feit

De valkuil voor veel mensen is wanneer ze gebruik maken van een hogere factor ze het idee hebben dat ze minder hoeven te smeren. Wanneer er maar de helft van de aanbevolen hoeveelheid wordt gesmeerd, daalt ook de SPF. In een onderzoek is gebleken dat in de praktijk mensen zo’n 0,5mg.cm2 smeren. Dat is 1,5 mg/cm2 te weinig waardoor bijvoorbeeld SPF30 zakt naar SPF9. Dit betekend dat de huid onvoldoende wordt beschermd. Daarnaast is het verschil tussen SPF 30 en SPF 50 minimaal. SPF 30 blokkeert namelijk 97% van het zonlicht en SPF 50 98% van het zonlicht.

Het is dus van groot belang dat de juiste hoeveelheid crème wordt aangebracht, of dit nu SPF 30 is of SPF 100.

Mythe 3.

Vitamine A wordt gebruikt in gezicht crème, dus moet ook goed zijn in zonnebrandcrèmes.

– Feit.

Vitamine A is een antioxidant, wat een antioxidant is en doet kunnen jullie lezen in een van mijn eerdere blogs over niacinamide en Q10.

Waar mensen eerst dachten dat vitamine A het verouderingsproces vertraagt door zijn cel vernieuwende werking en stimulatie van collagene vezels in de lederhuid (dermis), wordt er nu geadviseerd om vitamine A crème overdag te vermijden. En onderzoek van de Amerikaanse overheid toonde in dier experimentele studie dat de combinatie van zonlicht en retinylpalmitaat (een vorm van vitamine A) het proces van huidtumoren doet versnellen. Echter is er meer wetenschappelijk onderzoek nodig om dit vast te stellen.

Voorkomen is beter dan genezen is ons advies

Mythe 4.

Zonnebrand zorgt voor een tekort aan vitamine D.

– Feit

Je huid tegen de zon beschermen is voor iedereen belangrijk.

De bezorgdheid dat doormiddel van zonnebrandcrème er te weinig vitamine D wordt aangemaakt is niet misplaatst. Echter als we in de praktijk kijken is er geen rede tot paniek. Wanneer je 15 minuten onbeschermd buiten in de zon loopt, krijg je al genoeg zonlicht binnen voor een voldoende vitamine D aanmaak. Daarnaast komen enkele UVB-stralen door de zonnebescherming heen of komen via onbeschermd plekken binnen. Zo komen ze terecht op de opperhuid waar vitamine D wordt gevormd. Bijvoorbeeld bij skiërs op vakantie is te zien dat wanneer ze maar voor 4% van hun huid blootleggen ze nog steeds een voldoende toename 25(OH)D hadden, de niet-werkzame vorm van vitamine D.

Mythe 5.

Zonnebrand binnen is totaal overbodig.

– Feit

Dit hangt af van de routine die je volgt. Eén goed voorbeeld is de bekende foto van de mannelijke vrachtwagenchauffeur (ken je hem niet, zoek de foto dan even op). Vrachtwagenchauffeurs brengen uren/dagen achter elkaar door in de vrachtwagen. Op deze foto is duidelijk te zien dat UVA zeker wel door glas heen komt. De man heeft aanzienlijk meer huidveroudering aan de linker kant van zijn gezicht in vergelijking met de rechterkant.

Dus als u vaak bij een raam zit, smeer dan ook binnen met zonnebrand. Vooral met zonnebrand die een UVA bescherming biedt.

Mythe 6.

Photo Of Woman Wearing Pink Bikini

Mensen met een donker huid hoeven niet te smeren.

– Feit

Er wordt wel degelijk onderscheid gemaakt in verschillende huidtypes. KWF advies

Huidtype 1: Zeer lichte huid, worden bijna niet bruin en verbranden zeer snel. Aanbevolen SPF 25-SPF 30.

Huidtype 2: Lichte huid, verbrandt snel maar wordt ook langzaam bruin. Aanbevolen SPF 15-25.

Huidtype 3: licht getinte huid, verbanden niet snel en worden gemakkelijk bruin. Aanbevolen SPF 10-15.

Huidtype 4: getinte huid, bruint snel en verbrand vrijwel nooit. Aanbevolen SPF 10-15.

Mensen met een donkere huid hebben meer melanine (pigment) in hun huid. Deze melanine kan tot zekere hoogte bescherming bieden tegen UVB straling. Echter wordt de schade van UVA niet op de zelfde manier geblokkeerd en kan dus zeker leiden tot vroegtijdige huidveroudering. Ook laat een studie van Dawes (2016) zien dat bij getinte mensen de overlevingskans bij huidkanker kleiner is dan bij blanke mensen. Dit komt doordat de huidkanker pas later in het stadium wordt ontdekt.

We kunnen dus stellen dat ook zeker bij donkere huiden zonneband nodig is, om de kans op huidkanker en huidveroudering te verkleinen.

Mythe 7.

Zonnebrand is waterproof.

– Feit

NEE. Geen van de producten behoudt de volledige werking na een duik in de zee. Het is daarom dat deze claim niet meer gebruikt mag worden op zonnebrand producten. Het is misleidend en het kan zijn woord niet nakomen. Dus het is belangrijk dat je na het zwemmen altijd opnieuw zonnebrand aanbrengt.

Tegenwoordig wordt waterresistent de vervangende term hiervoor. Producten die waterresistent zijn gebruiken vaak bepaalde oliën die ervoor zorgen dat het product beter resistent is tegen water of zweet. Dit is natuurlijk altijd handig, echter brengt het ook nadelen met zich mee. Het vergroot namelijk de kans op puistjes en het kan als onprettig worden ervaren. Niemand wilt een plakkende zonnebrand crème.

Mythe 8.

Als ik maar niet verbrand dan zit ik goed.

– Feit

Een gebruinde huid door overmatige Uv-straling (zon) is een DNA beschadigde huid, die sneller verrimpelt en ouder wordt. Je huid wordt in dit geval vergeleken met een elastiekje die in de zon legt. Naar een paar uur is het elastiekje aanzienlijk minder elastische en zal naar een paar dagen zelfs uit elkaar brokkelen. Dit is ook wat de zon met de huid doet en dat wil je natuurlijk voorkomen.

Daarnaast liegen de cijfers er niet om en laten zien dat huidkanker toe neemt. Jaarlijks worden ongeveer 55.000 Nederlanders gediagnosticeerd met huidkanker. Dat zijn er 21.000 meer dan 10 jaar geleden. Daarnaast ligt de leeftijd dat mensen huidkanker ontwikkelen steeds lager, ondanks dat mensen steeds bewuster worden van de schade van de zon.

Mythe 9.

Voor vakantie de zonnebank gebruiken zorgt voor zonbescherming.

– Fact.

Door het lichaam bloot te stellen aan hoge niveaus van UVA-licht van een zonnebank, ontstaat een tijdelijke bruine kleur die de huid heel weinig zal beschermen tegen blootstelling aan de zon en zonnebrand veroorzaakt door UVB-licht.

Mythe 10.

Dagcrème met SPF geeft voldoende bescherming.

– Feit

Dagcrème met SPF bescherming is zeker niet verkeerd. Echter zitten er ook een aantal nadelen aan. Wanneer je de zon in gaat dien je iedere 2 uur de zonnebrand opnieuw aan te brengen voor de juiste bescherming. Dit gaat niemand doen met hun dagcrème van 40-50 euro. Daarnaast bieden de meeste dagcrème alleen bescherming tegen UVB. Terwijl UVA het grootse deel van de UV straling omvat het gehele jaar door. Ook treedt UVA dieper de huid in en zorgt voor niet alleen vroegtijdige huidveroudering maar ook zorgt een opeenstapeling van UVA stralen in de huid dat het afweersysteem van de huid verzwakt. Dagelijkse UVA bescherming is daarom van groot belang.

Dus wil je verantwoord de zon in zorg dan dat je iedere 2 uur een goede zonnebrand gebruikt met natuurlijke minerale ingrediënten die bescherming beidt tegen UVA en UVB.

Wist je dat Francis Wu een ontzettend leuk en interessant stuk heeft geschreven over kaalheid bij vrouwen door zonnebrand filters? Dit stukje is te vinden op Iconopedia.

Het gaat er in zijn onderzoek over dat de stoffen in synthetische filters de haarfollikels verstoppen, met alle gevolgen van dien.

Literatuur.

Dawes, S. M., Tsai, S., Gittleman, H., Barnholtz-Sloan, J. S., & Bordeaux, J. S. (2016). Racial disparities in melanoma survival. Journal of the American Academy of Dermatology, 75(5), 983-991.

De Gruijl, F. R. (2002). Photocarcinogenesis: UVA vs. UVB radiation. Skin pharmacology and physiology, 15(5), 316-320.

Moyal, D. (2012). Need for a well-balanced sunscreen to protect human skin from both Ultraviolet A and Ultraviolet B damage. Indian Journal of Dermatology, Venereology, and Leprology, 78(7), 24.

https://ntp.niehs.nih.gov/ntp/htdocs/lt_rpts/tr568_508.pdf PHOTOCOCARCINOGENESIS STUDY OF RETINOIC ACID AND RETINYL PALMITATE

Sorg O, Saurat JH. Topical retinoids in skin ageing: a focused update with reference to sun-induced epidermal vitamin A deficiency. Dermatology. 2014;228(4):314-325.

Ou-Yang, H., Stanfield, J., Cole, C., Appa, Y., Rigel, D. (2012) High-SPF sunscreens (SPF 70) may provide ultraviolet protection above minimal recommended levels by adequately compensating for lower sunscreen user application amounts. Journal of the American Academy of dermatology. 67(6), 1220-1227.

Prutkin, L. (1973). Antitumor activity of vitamin A acid and fluorouracil used in combination on the skin tumor, keratoacanthoma. Cancer research, 33(1), 128-133.

Tuchinda, C., Srivannaboon, S., & Lim, H. W. (2006). Photoprotection by window glass, automobile glass, and sunglasses. Journal of the American Academy of Dermatology, 54(5), 845-854.

Wulf, C., H., Philipsen, A., P., (2020) Improving photoprotection and implications for 25(OH)D formation. Anticancer Research, 40:511-518.

Aanbevolen berichten