Acne en voeding

Dermatologie Iconic Elements

Acné is één van de meest voorkomende dermatologische aandoeningen. Wereldwijd hebben miljoenen jongvolwassenen hier last van. Over het algemeen wordt aangenomen dat overtollige hoeveelheden talg, hormonen en bacteriën, samen met opeenhoping van huid cellen de belangrijkste oorzakelijke factoren zijn voor acné. Maar hoe zit het met voeding?

Voeding en dieet hebben grote invloed op de algemene gezondheid, maar kan dieet ook acné beïnvloeden?

Op het moment is er nog veel discussie over de relatie tussen dieet en acné. Er is echter wel een associatie tussen de twee zaken vastgesteld.

Vitaminen: remmend effect op acne?

Vitamine A (retinol)  speelt een zeer belangrijke rol in de gezondheid van de huid. Deze voedingsstof, die in de lever opgeslagen wordt, wordt ook gevonden in de huid. Met name in de talgklieren, waar ook retinoïde receptoren gevonden worden. Verder hebben de vitamines A en D een belangrijke invloed op de huidcellen (keratinocyten), die ook cruciaal is voor van acné. Er zijn aanwijzingen dat vitamine A en D een remmende effect heeft op acne.

Vitamine E, de andere belangrijke lipofiele vitamine, komt in de huid via de talgklier. Deze levering van de talg kan een verschil maken bij acné, waarbij de ontsteking van deze aandoening kan verminderen.

Vetzuren: voorlopers van omega 6 en 3

Net als bij vitaminen, zijn er twee vetzuren die in ons lichaam niet gesynthetiseerd kunnen worden door menselijke cellen: linolzuur en alfa-linoleenzuur (αLA). Dit zijn belangrijke voedingswaarden die via de voeding binnengekregen moeten worden. Ze worden daarom ook wel essentiële vetzuren genoemd. Deze twee essentiële voedingsstoffen zijn voorlopers van respectievelijk de omega-6 en omega-3 vetzuur-families. Deze voedingsstoffen zijn verwikkeld in verschillende belangrijke fysiologische processen, waaronder ontsteking. We kunnen er daarom veilig vanuit gaan dat de afwezigheid van deze belangrijke voedingsstoffen in ons dieet belangrijke implicaties heeft voor zowel acné als onze algehele gezondheid.

Tekorten aan omega-3

In Westerse diëten is vaak een tekort aan omega-3 en de voorloper hiervan, αLA. In een doorsnee Westers dieet kan de verhouding omega-6 ten opzichte van omega-3 vetzuren wel 10:1 tot 20:1 zijn, tegenover een verhouding van 3:1 tot 2:1 in niet-Westerse diëten of bij niet-geïndustrialiseerde volkeren.
Er wordt gedacht dat omega-6 vetzuren meer ontstekingsmediatoren opwekken. Ze worden dan ook geassocieerd met de ontwikkeling van acné. Aan de andere kant wordt de inname van grote hoeveelheden omega-3 vetzuren geassocieerd met de afname van ontstekingsfactoren.

Droge, jeukende huid door te kort aan vetzuren

Verschillende onderzoeken hebben al uitgewezen dat klinische onevenwichtigheden van specifieke essentiële vetzuren geassocieerd worden met verscheidene huidproblemen. Droge, jeukende en schilferende huid is dan ook een kenmerk van een tekort aan vetzuren. Wat voor ons meer van belang is, is echter een publicatie waarin gesuggereerd wordt dat de talg van acné patiënten relatief weinig linolzuur bevat.

Onderdeel van huideigen ceramiden

Het precieze doel van deze essentiële voedingsstoffen in de menselijke talgcellen is nog niet helemaal duidelijk. Er is echter substantieel bewijs dat linolzuur een essentieel structureel component is van huid ceramiden, die belangrijk zijn voor de barrièrefunctie.

In een heel recent voedingsonderzoek werden twee groepen vrouwen twaalf weken lang lijnzaadolie of borage (bernagie)-olie gegeven. Hieruit bleek dat een dagelijkse inname van 2.2g αLA en linolzuur of 2.2g linolzuur en γ-linolzuur een aantal huidvoordelen bood. Huidirritatie, roodheid en de bloedstroom waren in beide groepen afgenomen ten opzichte van de placebogroep. Dit vormt een belangrijke aanwijzing voor de theorie dat huid kenmerken gemoduleerd kunnen worden door tussenkomst met dieetvetten.

Melk en melkproducten, veroorzakers van comedonen

Recente studies hebben ook een positieve associatie aangetoond tussen melkinname en acné. Dit suggereert dat de melkconsumptie de insulineproductie kan veranderen. De meest waarschijnlijke oorzaak van dit mogelijke comedogeen effect van melk en melkproducten is de productie van hormonen door koeien.

De rol van groeifactoren

Er wordt aangenomen dat de constituent van melk die de talgklier stimuleert de insuline gelijkende groeifactor 1 (IGF-1) is. Het niveau insuline gelijkende groeifactor 1 stijgt tijdens de puberteit, onder invloed van de groeihormoon, en correleert positief met de klinische verloop van acné.

Koeienhormonen stimuleren talgproductie en verdikken de huid waardoor de talgklier uitgang verstopt raakt

De melk die op de schappen ligt is niet alleen rijk aan progesteron uit de placenta, maar ook aan andere voorgangers van dihydrotestosteron (DHT), zoals 5α-pregnanediol en 5α-androstanediol. Beide testosteronvoorlopers en 5α-gereduceerde moleculen dragen waarschijnlijk bij aan de comedogeniciteit van melk. Ze stimuleren de talgproductie en veroorzaken hyperkeratinisatie van de talgklier afvoergang.

Koolhydraatrijk voedsel verhoogt insuline niveau en daarmee indirect ook de talgproductie

De glycemische lading (meet de hoeveelheid koolhydraten per portie – 10 of minder is laag en meer dan 20 is hoog) en de glycemische index (een evaluatie van hoe langzaam of hoe snel voedsel de bloedsuikerspiegel doet stijgen) van een dieet doen mogelijk mee aan de verwekking van acné vulgaris. Het meest kwetsbaar is de consumptie van producten gebaseerd op hoge waarden. Een dieet dat gebaseerd is op producten met een hoge glycemische index leidt tot hyperinsulinemie. Een verhoogd insulineniveau stimuleert de afscheiding van androgenen en veroorzaakt een verhoogde talgproductie, wat een fundamentele rol speelt in het veroorzaken van acné vulgaris.

Relatie met verhoogde productie van mannelijke hormonen: androgynen

Onderzoekers Smith et al hebben zich verdiept in de glycemische lading, insulinegevoeligheid, hormonale mediatoren en acné. Ze hebben ontdekt dat voeding met een hoge glycemische index bij kunnen dragen aan acné door de serum insuline concentratieste verhogen, door concentraties van geslachtshormoon bindend globuline (SHBG) te onderdrukken en door androgeenconcentraties te verhogen. Aan de andere kant zorgen producten met een lage glycemische index voor een stijging in SHBG-concentratie en een daling in het androgeenniveau – dit is belangrijk, aangezien een hoger SHBG-niveau geassocieerd werd met minder hevige acné.

Insuline en de hoog-glycemische index zijn op wetenschappelijk en klinisch niveau misschien wel de twee meest geassocieerde factoren met acné.

Supplementen: zink is nuttig

Zink is een microvoedingsstof dat essentieel is voor de ontwikkeling en het functioneren van de menselijke huid. Het is aangetoond dat het bacteriostatisch is tegen propionibacterium acné, dat het chemotaxis tegengaat en dat het de productie van het ontstekende cytokine –tumor necrosis factor α (TNF- α) – vermindert. Omdat zink de opname van koper vermindert, worden kopersupplementen aangeraden bij patiënten met een chronische zinktherapie, om een kopertekort te voorkomen.

Chocolade: geen bewijs

Tot slot willen we ons richten op de huidige staat van chocolade. Chocolade is altijd al gezien als een factor die bijdraagt aan de verspreiding van acné. Onderzoeken naar het effect van chocolade op de huidaandoening zijn echter controversieel en onnauwkeurig vanwege de extra ingrediënten als melk en suiker in repen en andere chocoladeproducten.

Naar de invloed van dieet op de hevigheid van acné vulgaris kan nog veel onderzoek gedaan worden, maar het kan niet langer een dermatologisch dogma blijven om te beweren dat enige associatie tussen dieet en acné een mythe is.

Dit artikel is ook geplaatst op Beautyjournaal.nl.

Aanbevolen berichten

No comment yet, add your voice below!


Add a Comment